“We geven het opgepompte water terug aan de natuur”
De Einsteintelescoop komt circa 300 meter diep onder de grond. Tijdens de bouw en ook in de jaren daarna zal er grondwater opgepompt worden. Een team van de onderzoeksgroep Water & Climate maakt grondwatermodellen die de impact van dit megaproject op de watercyclus in de regio voorspellen. “We willen hier een duurzaam verhaal van maken en de plaatselijke natuur maximaal beschermen.”
Harde gesteenten in de ondergrond met een zachte bovenlaag die de eventuele trillingen dempt die ondergrondse metingen kunnen verstoren, in een rustige regio en toch vlakbij universiteiten en kennisinstellingen: de Euregio Maas-Rijn beschikt over veel troeven voor het Einsteintelescoop-project. Maar het ‘drielandenpuntgebied’ is ook een waardevol natuurgebied. Denk aan de riviertjes en de holle wegen van de Voerstreek, de heuvels en de dalen van Nederlands Zuid-Limburg en de bosrijke natuurparken bij Aken in Duitsland. Die natuur mag geen nadelige gevolgen ondervinden van de toekomstige Einsteintelescoop. Daarom maken de jonge VUB-onderzoekers Dwight Baldwin en Roman Gessa momenteel grondwatermodellen, onder leiding van prof. dr. ir. Marijke Huysmans. Die modellen moeten de impact op de watercyclus in de regio voorspellen en ook kijken naar beschermende maatregelen.
Die impact op het grondwater is er wel degelijk.
Marijke Huysmans: “De Einsteintelescoop is een gigantische ondergrondse structuur: een driehoek die gevormd wordt door 3 tunnels van 10 kilometer lang op een diepte van 300 meter. Op de hoeken komen grote onderaardse ruimtes, de zogenoemde cavernes, en schachten die naar de tunnels leiden. Zowel tijdens de werken als in de jaren daarna moeten we rekening houden met het grondwater.”
Op welke manier?
“Tijdens de bouw kan er water in de tunnels en de cavernes binnensijpelen. De waterdruk op de tunnels en op de boormachines mag ook niet te groot worden. Daarom moeten we grondwater wegpompen. Dat zal ook na de bouw moeten gebeuren, tijdens de hele levensduur van het onderzoeksproject. Meerdere decennia dus.”
“Diep grondwater wegpompen kan een effect hebben op het ondiepe grondwater”
Dat grondwater zit 300 meter diep. Merk je het bovengronds als je dat wegpompt?
“Ja, dat kan een effect hebben op het ondiepe grondwater en het debiet van de rivieren. Dat willen we natuurlijk tot elke prijs voorkomen. Vandaar die grondwatermodellen. Die brengen in kaart wat de impact van het project zou zijn en hoe we die impact kunnen minimaliseren.”
Hoe maak je zo’n grondwatermodel?
“We voeren alle gegevens over de geologie en de hydrogeologie van de streek in een wiskundig model in. Via diepe boringen en seismische en andere metingen weten we inmiddels heel veel over de verschillende gesteentelagen, de breuken die erdoorheen lopen en hun waterdoorlatendheid. Ook de neerslag, de rivieren, de grondwatervoeding en de gekende grondwaterwinningen stoppen we in het model. Op basis van al die parameters berekent het model eerst de situatie van de grondwaterstanden en -stromingen vandaag en voorspelt dan wat er gebeurt wanneer we de tunnels bouwen en grondwater gaan wegpompen.”
Hoe precies is zo’n grondwatermodel?
“100% correct is het nooit. Dat kan ook niet, omdat er altijd wat onzekerheid over de parameters is. Verwacht dus geen exact getal. Eerder een range van mogelijkheden waarmee de tunnelbouwers rekening kunnen houden. Bovendien krijgt elk groot bouwproject te maken met onverwachte zaken.
“We willen het water teruggeven via natuurlijke infiltratiebekkens”
Welke maatregelen willen jullie nemen om verdroging tegen te gaan?
“Het idee is om het opgepompte grondwater te hergebruiken, voor drinkwater of in de landbouw. We kunnen dat water ook terug laten infiltreren. Daarvoor zouden we op verschillende plaatsen in het landschap natuurlijke infiltratiebekkens aanleggen. Die moeten voorkomen dat de grondwaterstanden en het debiet van de rivieren dalen. Ook dat zijn we momenteel aan het doorrekenen in onze grondwatermodellen.”
Wanneer zijn die modellen klaar?
“We zijn er een jaar geleden aan begonnen, tegen eind dit jaar moeten ze klaar zijn. We bezorgen maandelijks tussentijdse resultaten aan andere partners, zodat zij hiermee rekening kunnen houden in het ontwerp van de tunnel of het doorrekenen van mogelijke impact op natuur.”
En dan?
“Dan worden ze opgenomen in het bidbook, het dossier waarmee het consortium Euregio Maas-Rijn zich als locatie kandidaat stelt voor de Einsteintelescoop. Dat bidbook moet eind 2026 ingediend worden.”
Het klinkt als een bijzonder project voor jullie?
“Door de complexe geologie en hydrogeologie, en ook door de diepte, is dit het meest uitdagende grondwatermodel dat we tot nu toe gemaakt hebben. Meestal kijken die modellen naar ondieper grondwater, waarover meer informatie voorhanden is. Ook de strakke tijdlimieten en de samenwerking met veel verschillende partners zijn bijzonder. Tegelijk is dit een once-in-a-lifetime project dat een voorbeeld op het vlak van duurzaamheid kan zijn.”
Prof. dr. ir. Marijke Huysmans is verbonden aan de onderzoeksgroep Water & Climate en de Vakgroep Water en Klimaat van de VUB. Ze legt zich toe op onderzoeksterreinen in de hydrogeologie, zoals grondwatermodellering, duurzaam grondwaterbeheer, droogte en klimaatadaptatie.
In dit artikel:
- Waarom kan het oppompen van grondwater voor de Einsteintelescoop een risico vormen voor de omgeving?
- Hoe gebruiken VUB-onderzoekers grondwatermodellen om de impact van het project te voorspellen?
- Hoe kan het opgepompte grondwater hergebruikt of teruggegeven worden aan de natuur?
- Hoe betrouwbaar zijn die modellen, en welke onzekerheden blijven bestaan?